Hoe werkt de stem?

Zingen en spreken begint met adem. De adem is een luchtstroom die ontstaat doordat de lucht uit de longen naar buiten wordt gevoerd (zie adem). Daarbij passeert de luchtstroom het strottenhoofd waar de stembanden in liggen. Hier kan de lucht worden omgezet in stemgeluid.

De bouw van het strottenhoofd

De bobbel die je bij mannen in de hals ziet is het strottenhoofd. Bij vrouwen is hij kleiner en zie je hem niet zo goed aan de buitenkant. Het strottenhoofd wordt gevormd door kraakbeen, net als het puntje van je neus en je oorlel. Als je je hand er op legt en slikt kan je voelen dat het strottenhoofd naar boven gaat: dat is meteen het belangrijkste doel van het strottenhoofd: zorgen dat de ademweg afgesloten wordt als je slikt.

Op de afbeeldingen hiernaast zie je het strottenhoofd. De stembanden of stemplooien zijn twee spiertjes die horizontaal in het strottenhoofd/de luchtpijp liggen. Ze kunnen door nog veel meer omliggende spiertjes op verschillende manieren aanspannen. Daardoor kan je hoge en lage tonen maken. Een verschil tussen twee opeenvolgende noten kan je nauwelijks voelen, maar als je je hand op je keel legt en van laag naar hoog zingt kan je je strottenhoofd omhoog voelen gaan.

De stem is eigenlijk een heel ongrijpbaar instrument. Maar wel het meest persoonlijke en daarom zo bijzonder en bij iedereen uniek. Dat heeft te maken met de bouw van het strottenhoofd en de lengte van de stembanden, maar vooral ook met de ruimtes erboven: de keelholte, mondholte en neusholten. Je kan dat het beste vergelijken met de verschillen tussen een viool, een cello of een gitaar. Ze hebben verschillende lengtes van snaren maar ook verschillende klankkasten. Daarom klinken ze zo verschillend. En dat is precies zo bij de menselijke stem.

Op dit filmpje kan je goed zien hoe de larynx is gebouwd en functioneert.

Kijk voor meer informatie over de anatomie van het strottenhoofd en de werking van de stem op de site Stem in Zicht.

strottenhoofd
Het strottenhoofd, van voren gezien
stemplooien
Stemplooien

Op dit filmpje kan je ook mooi zien wat er gebeurt met je stembanden als je aan het zingen bent.

De tong

De tong beweegt zich door 8 verschillende spieren, wat maakt dat het heel flexibel is. Voor een optimale klank (boventonen) moet de tongbodem ontspannen zijn terwijl de verschillende vocalen en consonanten toch goed worden gearticuleerd. Bij de /ie/ is de tong hoog opgebold achter de voortanden. Bij de /aa/ helemaal plat in de onderkaak en bij de /oe/ bolt hij op in de achterkant van de de mondholte. Als de tong naar achter wordt getrokken klink de toon ‘geknödelt’.

Op dit watch filmpje  kan je goed zien hoe de tong beweegt en wat de invloed is op de klank. Tijdens het filmen werd de luidsterkte van de klankgemeten waardoor de invloed van de spierbeweging op het volume werd onderzocht. Zulk onderzoek is belangrijk voor het ontwikkelen van zangtechniek en zangmethodiek.